Spoor B: Tussen WO I en WO II (1918 – 1940)

De periode tussen WO I en WO II noemen we het interbellum. Het was een bijzondere tijd. Europa was net een beetje bijgekomen van WO I, toen er een economische crisis ontstond. Veel mensen werden werkloos, en er was veel armoe. In Duitsland kreeg Hitler steeds meer macht. Veel Duitsers dachten dat Hitler en zijn partij, de NSDAP (Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij), de problemen zou kunnen oplossen. Met Hitler werkten ze aan een nieuw groot Duitsland. Ze noemden het Het Derde Rijk.

Ook Nederland kreeg last van de economische crisis. Er was veel werkeloosheid en armoe. Bij ons hadden veel mensen hun hoop gevestigd op Mussert en zijn partij: de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging).

 


Hitler legde de schuld voor de werkeloosheid en armoede bij de Joden.
Zijn partij organiseerde zelfs een vreselijke actie tegen de Joods bevolking.
In de nacht van 9 op 10 november 1938 werden in heel Duitsland Joden aangevallen.
Er werden 267 synagogen in brand gestoken.
7500 Joodse winkels en bedrijven werden vernield.
Ook hun huizen, scholen, begraafplaatsen en ziekenhuizen moesten het ontgelden.

Die nacht van de aanval op de Joden noemen we de Kristallnacht
(ook wel: De Nacht van het gebroken glas).
Na die nacht vluchtten veel Duitse Joden naar het buitenland.

 

 

 

 

 

In Nederland kreeg de NSB van Mussert steeds meer aanhang.
De NSB’ers wilden een nieuw Nederland in een nieuw Europa.
Na verloop van tijd ging de NSB zich steeds meer tegen de Joden richten.
Er ontstonden flinke spanningen tussen voorstanders en de tegenstanders van de NSB.
Ook in het Westland en Hoek van Holland.

 

 

 

 

Tussen 1930 en 1940 werd Duitsland steeds agressiever.
Ook Nederland bereidde zich voor op oorlog met Duitsland.
In onze omgeving zie je daar nog sporen van.
In HvH zijn herinneringen te vinden aan de vluchtende Joden.

 

 

 

 Duitse Joden op de vlucht

Duitsland steeds agressiever

Nederland bereidt zich voor op oorlog

 

Terug naar ALLE SPOREN