Fort aan den Hoek van Holland

Zonder de Waterweg was er nooit een Fort geweest. De bouw begon in 1881, 4 jaar nadat de Nieuwe Waterweg was opengesteld. Door die open verbinding met zee zouden vijandelijke schepen zo naar Rotterdam kunnen varen. Dat wilde men voorkomen. De Maasmond moest dus worden beschermd. Daarom werd er een Pantserfort ontworpen, met zwaar kustgeschut. Dat moest verder dragen dan het geschut op de toenmalige oorlogsschepen. Zodra die binnen het bereik van het Fort zouden komen, konden ze vanaf het land tot zinken worden gebracht.

Modernste technieken
Er werd een grote diepe kuil gegraven en daarin metselde men het Fort. Dat werd een ingewikkeld bouwwerk met wel 100 kamers en andere ruimtes en een gangenstelsel van zo’n 3 kilometer. In het Fort werden de, voor die tijd, modernste technieken verwerkt. Op het Fort werden drie draaibare pantserkoepels met kanonnen geplaatst. Die hadden een bereik van 7,5 tot 8 kilometer.

De koepels waren van staal en hadden een wanddikte van een meter. Het draaien gebeurde met een stoommachine. De kanonnen werden geleverd door Krupp, de grootste wapenfabriek van Duitsland.

Trots van het leger
Door de ligging was het Fort vanaf zee niet te zien. De vijand kon zijn kanonnen daar dus niet op richten. Mocht het de vijand toch lukken om op het Fort te schieten, dan zouden de granaten van het vijandelijke scheepsgeschut afketsen op de dikke ronde pantserkoepels. Op 1 september 1889 nam het leger het Fort officieel in gebruik.

Het Fort speelde een rol tijdens WO I en WO II
Momenteel draagt het fort de naam Fort 1881, een verwijzing naar het jaartal waarin de bouw begon.

Terug naar SPOREN VAN OORLOGEN