HET FORT

Geheimzinnig fort in duinen Hoek van Holland herbergt een uniek museum.
Diep verscholen in de oude Hoekse duinen ligt het Fort aan den Hoek van Holland. In de periode 1881-1889 gebouwd om de monding van de Nieuwe Waterweg bij aanvallen vanuit zee te kunnen beschermen, is het Fort inmiddels ingericht als Nederlands Kustverdedigingsmuseum. Het is het best bewaarde fort in zijn soort. En ook zo ongeveer het best bewaarde geheim van Zuid-Holland. Het Fort is met name bekend bij de kenners van militaire objecten. En dat is jammer. Dankzij de inzet van ruim negentig vrijwilligers is het verdedigingswerk omgebouwd tot een museum waarin de geschiedenis tot leven wordt gebracht. De bezoeker krijgt een beeld van de manier waarop de soldaten destijds binnen de muren hebben gewoond en gewerkt. Daarnaast wordt er via diorama's een terugblik gegeven op de geschiedenis van de militaire kustverdediging in Nederland.

Het is stil op het terrein rond het fort. Doodstil zelfs. Je hoort er nog de vogels fluiten. Dat is opmerkelijk te noemen, want een paar honderd meter verderop zie je de schepen voorbij varen in de Nieuwe Waterweg, gade geslagen door tientallen automobilisten die langs de waterkant staan. Zouden ze de moeite nemen even achterom te kijken dan zien ze de contouren van het fortdak met daarop de drie koepels. Langs het fort lopen sinds kort twee fraaie wandelpaden, die over niet al te lange tijd komen te liggen langs een park, waarin de geschiedenis van de kustverdediging in beeld zal zijn gebracht. "We zijn er al jaren over bezig. Door allerlei omstandigheden is de aanleg van het park verschillende keren uitgesteld, maar zoals het er nu naar uitziet, kunnen we binnen afzienbare tijd van start gaan", zegt voorzitter Wil Meier. Hij is net als alle andere museummedewerkers vrijwilliger. "En daar", zegt hij wijzend op een gebouw met dichtgetimmerde ramen, "komt straks onze nieuwe entree."

Nu komt de bezoeker nog binnen bij het liftgebouw, dat inmiddels in originele staat is hersteld. Het fort zelf ligt diep verscholen in het zand, omgeven door een brede grachtengordel. Zelfs staande bovenaan de trap is niet te zien hoe groot het gebouw in feite is. Beneden zijn ruim honderd kamers. Ooit woonden en werkten hier ruim 300 mannen -waaronder 9 officieren, 26 onderofficieren en 246 soldaten-  en drie vrouwen die voor de was zorgden.

Op de verdieping, die nog grotendeels in originele staat bewaard is gebleven, zijn de koepels te vinden waarin ooit de kanonnen ronddraaiden. Het ruikt er naar olie en heeft iets heel geheimzinnigs. Ook is hier de gepantserde geweergalerij te zien met op borden aan de muur de aanwijzingen voor de soldaten.

Kijkdozen
Op de benedenverdieping hebben de vrijwilligers vele diorama's gebouwd. "Kijkdozen", noemt de voorzitter ze, "waarin een beeld wordt gegeven van situaties in en om het fort in vroeger dagen." Rondwandelend kun je je nagenoeg niet voorstellen hoe de manschappen hier moeten hebben gewoond in de lage kamers met kribben aan de muur en stinkende kacheltjes om in de winter warm te blijven.

Eén van de laatste aanwinsten is de apotheek met ziekenkamer, die werd geopend door Jan Franssen, de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland. Het is een spraakmakend onderdeel van het museum geworden. De bezoekers kijken met verwondering naar die zieke soldaat, die onderzocht wordt op schaamluis. Een buitengewone realistische voorstelling. De apotheek is grotendeels ingericht met spullen van de Hoekse oud-huisarts dr. Hut, die de voor de bezoeker meest curieuze voorwerpen heeft geschonken aan het museum.

Kabinetsvergadering
Een van de meest unieke verhalen, die er te vertellen zijn over het Fort, is die van de laatste kabinetsvergadering op Nederlandse bodem van het Kabinet de Geer op 13 mei  1940.

Meteen al bij binnenkomst stuit de bezoeker op een prachtig diorama dat hieraan herinnert. Alle ministers zijn herkenbaar in beeld gebracht. De poppen zijn vervaardigd in het eigen atelier van het museum. "Het is waarschijnlijk de enige keer in de geschiedenis van ons land dat er een kabinetsvergadering buiten Den Haag werd gehouden", weet Fort-historicus Dirk Ruis. Hij heeft de geschiedenis van het fort op papier gezet. Het resultaat is een bezoekersgids, dat als een leidraad kan fungeren bij een individuele rondwandeling. "Maar veel bezoekers willen ook graag thuis nog eens nalezen wat hen tijdens een rondleiding is verteld", weet Ruis uit ervaring. "Tijdens de twee uur dat een rondleiding duurt, wordt er een ongekende hoeveelheid informatie over de bezoeker uitgestrooid. Dat kan ook niet anders want er is ongekend veel te zien en evenveel te vertellen over het Fort." 

Geschiedenis
De heer Ruis is vanaf het begin betrokken geweest bij de Stichting Fort aan den Hoek van Holland. "Nadat het oude fort in 1978 door de Koninklijke Marine werd verlaten, werden de grote toegangsdeuren van het lege vestingwerk op slot gedaan. Warmte, kou en vocht kregen  vrij spel in het grote gebouw. In de loop der jaren groeide het onkruid op het fort en in de grachten rondom. Het vestingwerk verpauperde. Tot in 1986 een aantal inwoners van Hoek van Holland hun oog op het gebouw liet vallen. Zij vonden het fort bij uitstek geschikt om een eenmalige fototentoonstelling te houden over het dorp voor de Tweede Wereldoorlog."

Er werd een Stichting opgericht en op 28 april 1987 werd de tentoonstelling geopend door de toenmalige staatssecretaris van Defensie J. van Houwelingen. De tentoonstelling was een succes. In tien dagen bezochten 20.253 personen het fort. Jammer om er verder niets te doen met dit unieke gebouw, was de conclusie van de organisatoren. En ze gingen door. Op 1 september 1989, de dag dat het fort 100 jaar bestond, opende de toenmalige defensieminister Frits Bolkestein het museum. Tot op de dag van vandaag werken de vrijwilligers aan de opbouw ervan. Voorzitter Meier: "We hebben nog zoveel ideeën liggen dat als we die allemaal zouden realiseren we aan de honderd kamers niet genoeg zouden hebben."

Fort-historicus Ruis: "Wij willen als stichting het bouwwerk als een zeer waardevol vestingwerk in stand houden en behouden voor de toekomst, zodat velen via een bezoek kennis kunnen maken met het militaire verleden van ons land. Juist in deze tijd is het denk ik van groot belang dat onze bezoekers ook van dichtbij kennis kunnen nemen van de waanzin en het verdriet die een oorlog met zich meebrengt.

Nauwe band tussen Fort en de Nieuwe Waterweg
Zonder de Nieuwe Waterweg zou het Fort aan den Hoek van Holland er nooit gekomen zijn. Sterker nog. Dan zou het hele dorp Hoek van Holland er niet zijn. Ooit was het een buitendijkse vlakte van aangeslibde grond, oude duinen en grasland met alleen een molen en twee boerderijen. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd duidelijk dat de haven van Rotterdam een goede en korte vaarweg naar de zee moest krijgen. Er werd een onderzoeksraad ingesteld. De secretaris daarvan, ingenieur Pieter Caland, kwam met het idee dwars door de landtong Hoek van Holland een waterweg te graven.

Fort-historicus Dick Ruis: "Op 31 oktober 1866 stak de Prins van Oranje de eerste spade in de grond." Tijdens de werkzaamheden werden er noodwoningen en bouwketen neergezet voor de baggeraars, grondwerkers en ambtenaren en hun gezinnen. En daarmee ontstond meteen ook een buurtschap, dat later het dorp Hoek van Holland zou worden. Toen het kanaal in 1872 eenmaal geopend was, konden schepen de Rotterdamse haven in drie uur bereiken. Hierdoor nam de strategische waarde van de Rotterdamse haven voor het achterland toe. Ruis" "Een potentiële vijand zou de haven meteen in handen willen krijgen om materieel en soldaten zo snel mogelijk aan land te kunnen krijgen. De Maasmond moest dus worden beschermd. Er werd een fort ontworpen met zwaar kustgeschut, waarvoor in 1881 de eerste paal werd geslagen in de duinen langs de Nieuwe Waterweg."

Er werd een grote diepe kuil gegraven, waarin het eigenlijke fort werd gemetseld. Er werden voor die tijd de modernste technieken in verwerkt. In 1889 werden de drie koepels met kanonnen geplaatst, waarna op 1 september 1889 het fort officieel door het leger in gebruik werd genomen.

In de Eerste Wereldoorlog was het fort volledig bemand. Door een reorganisatie bij het leger moest de vaste bezetting in 1927 het fort verlaten, waarna het leeg stond. Pas op 29 maart 1938 kwamen er  vanwege dreigend oorlogsgevaar weer soldaten binnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het in handen van de Duitsers. Daarna gebruikte de Koninklijke Marine het gebouw als kazerne. Later werd het een opslagplaats van de Marine Inventarisdienst. Nadat het acht jaar had leeggestaan, werd er een fototentoonstelling in gehouden wat dus het begin was van het huidige museum.

Het Fort wordt tegenwoordig volledig bemand door vrijwilligers. Zij houden het fort, met naast sponsoring en entreegelden slechts een minimale deelgemeentelijke subsidie, draaiende. Op jaarbasis komen er zo’n 18.000 bezoekers. Gekoppeld aan een rondleiding kunnen er ook feestelijke bijeenkomsten worden gehouden. Voorzitter Meier: "Het is en blijft een unieke locatie. Natuurlijk hebben we ook de beschikking over een museumcafé, die wij Gasterij noemen, en een museumwinkel."

Eenmaal per jaar is er een bijzondere bijeenkomst. Dan wordt er een reünie gehouden voor oud-gedienden. "Verder wordt door de Historische Werkgroep momenteel een groot aantal verhalen van oud-gedienden op schrift gesteld. Wij willen alles weten over het leven en werken in het fort, zodat wij de verhalen kunnen doorgeven aan de volgende generaties."

Rondleiding
Een bezoek aan het museum is een reis door het verleden. Op boeiende wijze nemen wij u mee naar de soldatenkamers uit 1890 met slechts een olielampje naar de geschutskoepels waar de olie,- en kruitdampen nog te ruiken zijn, naar het Staelduinse bos alwaar Duitse soldaten zich verscholen hebben voor de granaten welke de kanonnen van het fort op hen afvuurde. U staat oog in oog met de Nederlandse ministers uit 1940. Vaar mee op het achterdek van een Nederlandse mijnenveger uit 1945 en zie hoe dik de fortmuren zijn.

U komt langs de koffiekamer waar u even kunt rusten en van koffie, frisdrank of een pilsje kunt genieten. Op open dagen ontmoet u leden van de Société de La Grande Armeé, een wargameclub die op schaal veldslagen uit het verleden naspeelt. Door de nauwe samenwerking met het Legermuseum te Delft zijn wij in staat om een breed scala militaire voorwerpen (o.a. in de diorama's) met betrekking tot de kustverdediging en het leven in het fort tentoon te stellen. Een rondgang door dit best bewaarde pantserfort van Nederland is zeker de moeite waard.

Toegankelijkheid
Bezoekers die slecht ter been zijn of van een rolstoel gebruik maken zijn ook van harte welkom. Zij kunnen het grootste gedeelte van het museum bekijken. Er zijn een rolstoel, lift en een invalidentoilet beschikbaar.

Gangenstelsel
Om u een idee te geven van de grootte van het fort is onderstaand de plattegrond van het fort afgebeeld. Aan de linkerzijde vindt u de plattegrond van de koepels die twee verdiepingen in beslag nemen.
Het fort kent een gangenstelsel van ruim 3 km lengte en heeft ruim 100 kamers en ruimtes.

Plattegrond 2

Hieronder volgt een globale beschrijving van het Fort aan den Hoek van Holland.
Via de Stationsweg, vanuit de richting van de Berghaven, naderen we het fort. Vanaf de weg ziet u aan de linkerzijde de massieve, betonnen bovenbouw van het fort met de gepantserde geweergalerij en de drie, van beton nagebouwde, geschutkoepels boven het maaiveld uitsteken. Als we via het toegangshek het voorterrein oplopen staat een hoog gebouw, geschilderd in camouflage kleuren. In dit gebouw bevindt zich de lift met de liftschacht. Dit gebouw is in 1943 door de Duitsers neergezet. De lift gaat naar beneden, naar de ingang van het fort. Oorspronkelijk was hier een kleine lift in een smalle liftkoker die alleen bestemd was voor het vervoer van materialen en munitie. Deze lift werd met de hand bediend.

U loopt nu verder langs het hek en komt bij een lange trap met halverwege een bordes. Deze trap geeft toegang tot de fortgracht. De gracht is ongeveer 8 m diep en 7 m breed, voor het grootste deel droog, en loopt rond het hele centrale gebouw. De fortgracht maakt deel uit van de verdedigingswerken van het fort. Indien men een stormaanval op het fort zou ondernemen, was de fortgracht een moeilijk te nemen hindernis voor vijandelijke soldaten. Rondom deze gracht waren draadversperringen aangebracht, bevestigd aan ijzeren staanders welke men niet uit de grond kon trekken. Verder kon men ook nog zogenaamde trapmijnen tussen de versperringen plaatsen. Zouden vijandelijke soldaten zich tussen de mijnen en versperringen wagen dan kwamen zij onder geweer- en mitrailleurvuur vanuit het fort te liggen. Kwamen zij door dit spervuur heen, afgegeven uit de 34 geweer- en 6 mitrailleurschietgaten van de gepantserde geweergalerij, dan stonden zij aan de rand van de 8 m diepe gracht. Men zou zich vervolgens met touwen in de gracht moeten laten zakken om bij het centrale gebouw en via de hoofdingang bij de kanonnen te kunnen komen. De fortgracht werd vanuit het fort beschermd door mitrailleur- en geweervuur en door kanonvuur. De gracht is zodanig aangelegd dat er nergens rond het centrale gebouw een dode hoek is, zodat de  vijand op alle plaatsen in de gracht onder vuur genomen kon worden.

Vanaf het boventerrein, het glacis, kijkt u nu op het centrale gebouw, het zogenaamde escarpgebouw, met daarop de betonnen bovenbouw, waarop de pantserkoepels draaiden. Het centrale gebouw is als het ware om de drie geschutstorens gebouwd. De bovenbouw van dit centrale gebouw is te bereiken via een houten bruggetje. In tijd van alarm werd dit bruggetje verwijderd.

Links van de gracht ziet u de buitenring of de zogenaamde contrescarpgalerij. In deze buitenring was de eigenlijke kazerne gevestigd. In deze ondergrondse kazerne waren de legeringskamers voor het ondersteunend personeel, keukens, bakkerij, lokalen voor zieken en gewonden en dergelijke gelegen.

Het escarpgebouw heeft de vorm van een rechthoekig trapezium met twee afgesneden hoeken waarvan de omtrek 237.61 meter bedraagt. Het gebouw bevat twee torens voor de kanonnen van 24 cm. L/30 en één toren voor de kanonnen van 15 cm. L/30. iedere toren werd afzonderlijk bediend en heeft daarom zijn eigen magazijnen, 1 magazijn voor lege projectielen, 1 vulplaats voor projectielen met nabij gelegen buskruitmagazijn, 1 magazijn voor gevulde projectielen, 1 vulplaats voor kardoezen met nabij gelegen buskruitmagazijn en 1 magazijn voor gevulde kardoezen.

Een schematische voorstelling van de geschutstorens vindt u hier.

Voor het transport van de zware 24 cm projectielen waren in de magazijnen van de lege- en gevulde projectielen van de A- en B-koepel travellers 1) aangebracht. Deze bestonden uit een slede die over twee rails liep. Deze rails waren in de lengte richting van het lokaal met zware bouten aan de muren bevestigd. De slede liep in de breedte van het lokaal over de rails. Over de slede kon men een Westontakel heen en weer bewegen. In de vulplaats voor de projectielen van 24 cm waren vaste travellers van een lichtere constructie aangebracht. Deze bestonden uit een ingemetselde rail waarover men een rol met een Westontakel kon bewegen.

Door het geringere gewicht van de 15 cm projectielen waren dergelijke inrichtingen in de magazijnen van de C-koepel overbodig.

Verder waren in het escarpgebouw de logieslokalen voor de kanonniers, het torpedostation met machinelokaal, het stoomketellokaal voor de beweging van de grote koepels en de nodige berg- en werkplaatsen.

U daalt nu de lange trap af en komt acht meter lager in de fortgracht. Deze trap is later aangebracht, ter vervanging van de oorspronkelijke trap, welke smaller was en eenvoudiger te demonteren. In tijd van oorlog of oorlogsdreiging zou men de officieren, die normaal in de woningen op het fortterrein woonden, en de administrateurs naar beneden in het fort laten komen. Nadat alle militairen in het fort waren opgenomen, zou men de trap weghalen. Hiervoor in de plaats kwam een ijzeren ladder, bestaande uit drie delen, die makkelijk te verwijderen was. Het fort was dan een totaal geïsoleerde zelfstandige gevechtseenheid welke een belegering van minimaal dertig dagen moest kunnen doorstaan.

De standaard bezetting van het fort telde 284 soldaten:  9 officieren, 26 onderofficieren, 246 manschappen en 3 waschvrouwen.


De Holle Beer en Diamantgrachten.
Tijdens uw afdaling in de droge gracht ziet u dat deze doorsneden wordt door een zogenoemde "holle beer" 2). Het fort heeft twee holle beren. Eén aan de noordzijde en één aan de zuidzijde.
Het zijn overdekte verbindingsgangen tussen het centrale gebouw en de buitenring met de twee caponnières. Voor de verdediging van fortgracht beschikken de holle beren en de caponnières over 30 geweerschietgaten, 4 mitrailleur schietgaten en 4 kanonschietgaten. Ook konden soldaten veilig van het centrale gebouw naar de buitenring en terug lopen als het fort onder vijandelijk vuur zou komen te liggen.

De holle beren hebben ook de functie van waterkering in de fortgracht. Aan beide zijden van de holle beren zien we water in de diamantgrachten staan. Dit is regenwater en overtollig water uit de waterreservoirs onder het fort. Door de fundering van beide holle beren loopt een verglaasde ijzeren aarden buis, gemetseld wijd 0.2 meter. De onderkant van deze buis ligt op 1 meter +AP. De buis brengt de verbinding tussen de twee diamantgrachtjes tot stand.

De noordelijke diamantgrachten staan via een stelsel van leidingen in verbinding met de zuidelijke diamantgrachten, terwijl één van de oostelijke grachten via een afvoerpijp van 562 m lengte in verbinding staat met de Nieuwe Waterweg. Deze afvoerpijp kan het overtollige water uit de grachten afvoeren naar de Nieuwe Waterweg. Via een schuifkoker kan men de afvoerpijp afsluiten, zodat bij hoogwater voorkomen kan worden dat het  water van de Nieuwe Waterweg in het fort terecht komt. Indien de koker openstaat is er eb en vloed beweging in de gracht met een verschil van 2 a 3 cm. De diamantgrachten zijn zo genoemd omdat deze de vorm hebben van een diamant. Totaal zijn er vier diamantgrachten. Op de top van de noordelijke holle beer is een ijzeren afrastering aangebracht, bestaande uit een hekwerk. Dit hekwerk moest voorkomen dat vijandelijke soldaten op de bovenbouw konden komen.

U staat nu op de bodem van de droge gracht en ziet links de toegang tot de liftschacht. Rechts ziet u de grote deuren welke toegang geven tot de hoofdgang van het centrale gebouw. Het fort moest bestand zijn tegen een bestorming door een vijand en tevens bomvrije onderkomens hebben voor de bemanning, de kruitmagazijnen en de werkplaatsen. Om dit te bereiken is de onderbouw van het fort opgetrokken uit dikke muren van metselwerk. De buitenmuren zijn 1 m dik en de binnenmuren 50 cm. De ramen kunnen worden afgedekt met pantserluiken van 5 cm dik ijzer. De deuren in het fort zijn van grenenhout en ongeveer 10 cm dik. De bovenkant van de buitenring is afgedekt door een gebogen zolder van 1 m dik beton met daarop een grondlaag van enige meters. Op een aantal plaatsen in het fort is er een betonlaag van enkele meters dik boven onze hoofden aangebracht. Dit om te voorkomen dat de brisantgranaten in de kruit- en munitiemagazijnen van het fort konden doordringen.


1) Loopkatten = hijstoestel dat over een balk of over rails loopt.

2) Een holle beer is een gemetselde dam in een vestinggracht, geschikt voor het doorlaten van personeel en voorzien van schietgaten om flankerend vuur uit te brengen in de vestinggracht.