FORTGRACHT

Het fort bestaat globaal uit een centraalgebouw (escarp) met drie pantserkoepels omgeven door een droge gracht met natte delen en een buitenringgebouw (contrescarp) waarin de kazerne was ondergebracht. Het centrale gebouw en de buitenring worden met elkaar verbonden door twee Holle Beren. De fortgracht is ongeveer 8 meter diep, 7 meter breed en voor het grootste gedeelte droog. De natte delen van de gracht liggen aan weerszijde van de Holle Beren en staan door middel van een buis, welke door deze Holle Beren loopt, met elkaar in verbinding.
Een van deze natte delen heeft een afvoerpijp naar de Nieuwe Waterweg. De natte delen hebben de vorm van een diamant en worden dan ook Diamantgrachten genoemd. De fortgracht maakte deel uit van de verdedigingswerken van het fort. In tijd van alarm werden alle soldaten in het fort geconcentreerd en verwijderde men de trap naar beneden. Niemand kon dan het fort meer in of uit. De gracht kon vanuit diverse plaatsen worden verdedigd tegen een binnendringende vijand doormiddel van geweerschutters, mitrailleurs en schrootkanonnen.
 
Ook de, dan gesloten, pantserluiken zijn voorzien van schietgaten zodat men ook vanuit de kamers de vijand onder vuur kon nemen. De constructie van de fortgracht rond het centrale gebouw was zodanig dat er nergens in de gracht een dode hoek is, zodat vijandelijke soldaten op alle plaatsen in de gracht onder vuur konden worden genomen.
« terug