BEWAPENING FORT
| De hoofdbewapening van het fort bestond uit drie pantserkoepels van hardgegoten ijzer met een wanddikte van 1 meter op het centrale gebouw. Deze koepels werden gemaakt door de firma Gruson te Buckau/Magdeburg (Duitsland). Onder de A- en B-koepel stonden ieder twee kanonnen van het type getrokken achterlader, gemaakt van staal, kaliber 24cm/lang 30 (= loopdoorsnede 24 cm en looplengte 24x30 cm = 7.20 m). De kleinere C-koepel was voorzien van twee kanonnen van het type getrokken achterlader, gemaakt van staal, kaliber 15cm/lang 30 (= loopdoorsnede 15 cm en looplengte 15x30 cm = 4.50 m).Het gewicht van één kanon van 24 cm met affuit bedroeg 19.000 kg. en van één kanon van 15 cm was dit 4.150 kg. De kanonnen waren gemaakt in de kanongieterij van Friedrich Krupp A.G. te Essen in Duitsland. |
![]() |
| Men kon met het 24 cm geschut pantser- of brisantgranaten van 215 kg per stuk afvuren. Het 15 cm geschut was geschikt om pantser- of brisantgranaten van 51 kg per stuk af te vuren. Het bereik van de kanonnen was 7.500 meter waarvan 6.500 meter effectief pantserdoorborend. De A- en B-koepel draaiden op stoomkracht via stoom-machines. De C-koepel werd doormiddel van een gangspil op handkracht gedraaid. De grootste draaisnelheid van de A- en B-koepel was 4 minuten en 2 seconden voor 360 graden. De op- en neergaande beweging (elevatie) van de kanonnen gebeurde op oliedruk met hulp van een hydraulisch systeem. Van september 1889 tot 1 april 1893 werd het geschut bediend door kanonniers van het 4e Regiment Vestingartillerie. Van 1 april 1893 tot 26 mei 1922 werden de kanonnen bediend door kanonniers van het Korps Pantserfort Artillerie. Dit korps was opgericht ten behoeve van de pantserforten. Na de reorganisatie van 1922 nam het nieuw opgerichte Regiment Kustartillerie de bediening van het geschut over. Dit korps werd na de capitulatie van het Nederlandse leger in mei 1940 door de bezetter opgeheven. Omdat de oude kanonnen van het fort kapot waren en als zodanig geen waarde meer hadden voor het Duitse leger werden koepels, geschut, raderwerk en stoommachines in 1943 ontmanteld. Het ijzer en staal werd per schip naar Duitsland vervoerd waar men het in de hoogovens omsmolt ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie. |
| « terug |
