Duitse deserteurs en dienstweigeraars te Hoek van Holland

Inleiding.
Nu de Tweede Wereldoorlog bijna 70 jaar achter ons ligt en we wat genuanceerder tegen de geschiedenis van die verschrikkelijke periode aankijken beseffen we de laatste jaren steeds meer dat er in Duitsland ook mensen waren die met gevaar voor eigen leven zich tegen Adolf Hitler en zijn terreurregime hebben verzet. Boeken en speelfilms zoals 'Die Weisse Rose''en "Valkyrie" geven daar, zij het geromantiseerd, een beeld van.

Ook in Hoek van Holland waren in mei 1940 Duitse soldaten die, naar mijn mening, helden waren. Kort nadat het Duitse leger ons land had bezet en dus ook Hoek van Holland binnen waren getrokken gaven de Duitse militaire autoriteiten al een voorproef van hun genadeloze optreden. In het vluchtelingenkamp te Hoek van Holland troffen zij Duitse deserteurs en dienstweigeraars aan. Duitse mannen en jongens die niet voor Hitler wilden vechten wisten dat zij met gevaar voor eigen leven zich aan de dienst in het Duitse leger onttrokken.

Deserteurs, dus mannen die al in het leger waren ingelijfd, liepen een grote kans dat zij bij arrestatie na een formele en snelle berechting ter dood zouden worden gebracht. Dienstweigeraars, dus mannen die nog in dienst moesten en zich daaraan onttrokken, hadden wat meer kans. Zij konden zich na arrestatie rehabiliteren en werden nog al eens ingedeeld bij zogenaamde strafbataljons. Deze bataljons werden ingezet bij  zeer gevaarlijke missies waarbij de kans groot was dat de soldaten zouden sneuvelen.

Om een voorbeeld te stellen zijn de vier Duitse soldaten die te Hoek van Holland werden gearresteerd na een snelle en korte krijgsraadzitting ter dood veroordeeld. Hierna werden zij doodgeschoten in de duinen te Hoek van Holland. Zij konden weten wat er zou gebeuren als zij in handen van hun officieren of van de SD zouden vallen. Hitler was immers al sinds 1936 aan de macht. Daarom hieronder het onbekende verhaal van de Duitse deserteurs en dienstweigeraars te Hoek van Holland.


Duitse soldaten in het vluchtelingenkamp Vianda.
Naast de vele mensen die in de jaren 30 van de vorige eeuw op de vlucht sloegen voor de repressie van het Nazi-regime in Duitsland kwamen er ook Duitse militairen als vluchteling naar Nederland. Deze groep Duitse militairen bestond uit dienstweigeraars en deserteurs. Zij waren naar Nederland gevlucht omdat zij dachten daar veilig te zijn. Zij werden echter beschouwd als illegale vluchtelingen, aangehouden en ingesloten in afwachting van hun eventuele uitlevering aan Nazi-Duitsland.

Voor de opvang van de militaire vluchtelingen waren door de oorlogvoerende mogendheden richtlijnen opgesteld. Op 6 september 1939 vaardigde de politie te Rotterdam een dienstmedeling uit dat bij aanhouding van deserteurs of dienstweigeraars men direct een telefonische melding moest doen aan de inlichtingendienst in het hoofdbureau van politie. Hierna moest de politie de desbetreffende deserteur of dienstweigeraar overdragen aan de militaire autoriteiten. Deze dienstmedeling werd bevestigd door de circulaire d.d. 19 september 1939, van de Procureur-generaal bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, uitgevaardigd op verzoek van de Opperbevelhebber van Land- en Zeemacht. De militaire autoriteiten moesten nagaan of betrokkenen inderdaad deserteur of dienstweigeraar waren. Wanneer dit het geval was, stelde de militaire autoriteiten de Rijksvreemdelingendienst op de hoogte die vervolgens zorg droeg voor de internering van deze personen. Een en ander gebeurde op grond van artikel 19 van het Vreemdelingenreglement. Een aantal van deze deserteurs en dienstweigeraars kwam in het vluchtelingenkamp Vianda aan de Slachthuisweg te Hoek van Holland terecht waar zij werden geïnterneerd.

Dit kamp was gevestigd op het terrein van het voormalige "Export slachthuis Vianda II". Vroeger werd hier vee geslacht, bestemd voor de export naar Engeland. De gebouwen op dit terrein waren nu ingericht als opvangplaats voor illegale Joodse vluchtelingen en Duitse dienstweigeraars en deserteurs. Het vluchtelingenkamp bestond uit een aantal los van elkaar staande gebouwen, gelegen aan het eind van de Slachthuisweg tussen de spoorlijn van Hoek van Holland naar Rotterdam en de Nieuwe Waterweg. Het hele terrein was omgeven door hekwerk. Het was aan de vluchtelingen niet toegestaan om zonder toestemming het terrein te verlaten.

Het grootste gebouw op het terrein, het voormalige slachthuis was het onderkomen van de Joodse vluchtelingen. Het gebouw was verdeeld in diverse ruimten waardoor het mogelijk was om gezinnen, ongehuwde mannen en -vrouwen gescheiden onder te brengen. De ruimten in het gebouw waren ingericht als slaapzalen. Hier was ruimte voor ongeveer 400 bedden en een kantine. In een voormalig woonhuis (gebouw II) was de kampleiding en het administratieve personeel ondergebracht. Verder waren op het terrein een ziekenbarak en een onderkomen voor de politie ingericht. Het politietoezicht op het kamp was in handen van de Brigade Naaldwijk van de Rijksveldwacht.

 

 

Complex van het slachthuis "Vianda" aan de Slachthuisweg

De Duitse dienstweigeraars en deserteurs waren in een klein gebouw achter het slachthuis geïnterneerd. Zij waren door een hoog hekwerk gescheiden van de Joodse vluchtelingen. Het enige contact tussen beide groepen was mondeling door het hekwerk heen. Hier werd zelden gebruik van gemaakt want de Joodse mensen waren bang voor de Duitsers. Er waren namelijk geruchten dat er provocateurs onder de Duitsers zouden zijn.

 

De Duitse inval.
Op 14 mei 1940, te 16.50 uur, capituleerde het Nederlandse leger voor de Duitse overmacht. Op 15 mei 1940, te 10.05 uur tekende generaal Winkelman te Rijsoord ten overstaan van de Duitse generaal Küchler de capitulatieovereenkomst.
Na de capitulatie trokken op 17 mei 1940 Duitse troepen Hoek van Holland binnen. De infanteristen van het III./IR 327 onder commando van Hauptmann Tröster nam het Fort te Hoek van Holland uit handen van overste De Bloeme over van het Nederlandse leger. Dit waren fronttroepen die snel weer verder trokken.

Toen de Duitse militairen Hoek van Holland binnentrokken namen zij ook het complex van het slachthuis "Vianda" aan de Slacht­huisweg over. In dit complex waren op dat moment 110 Duitse, Oostenrijkse en Poolse Joden ondergebracht. Deze mensen waren uit Duitsland en Polen gevlucht voor de Nazi-terreur en door de Nederlandse regering als illegale vluchtelingen in dit complex ondergebracht. Zij waren wel geïnterneerd maar indien zij familie in Nederland hadden of naar het buitenland konden mochten zij weg uit het kamp. Een aantal van hen wist dan ook weg te komen, onder andere naar Palestina, Engeland, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika. Verder waren er 22 Duitse soldaten in het complex ondergebracht, dit waren deserteurs en dienstweigeraars. Zij waren ook naar Nederland gevlucht en in tegenstelling tot de Joodse mensen geïnterneerd. Dit in afwachting van hun eventuele uitlevering aan Duitsland. 

 

Plattegrond van het vluchtelingenkamp "Vianda".

 

Het is goed in een terugblik de diverse Duitse deserteurs en dienstweigeraars de revue te laten passeren. Velen waren afkomstig uit politiek linkse kring, ze waren antifascist en zeker ernstig gekant tegen Hitlers agressie. Het vervult de onderzoeker met afschuw om in een terugblik te zien wat uiteindelijk gebeurde met deze vooroorlogse "asielzoekers". In eerste instantie is door ons onderzoek gedaan naar de Duitse militairen die zich aan hun dienstplicht onttrokken door de Nederlandse grens over te steken. De meeste waren al ingelijfd bij de Wehrmacht, een enkeling trachtte door te vluchten aan inlijving te ontkomen.

Bij de inval van het Duitse leger was lot van de Joden en de deserteurs bepaald. Met de Duitse troepen kwamen ook leden van de Sicherheitspolizei mee. Van de als ratten in de val zittende groep Duitse soldaten werden op 17 mei vier Duitse deserteurs uitgezocht om direct te worden berecht. Er moest een voorbeeld worden gesteld, waarna de rest zijn gerechte straf zou krijgen in Duitsland. Zestien vluchtelingen, vier Duitse joden en twaalf deserteurs werden op transport naar Duitsland gesteld. Op 19 mei volgden nog 106 Duitse, Oostenrijkse en Poolse Joden samen met acht dienstweigeraars en deserteurs. De Joodse mensen waren door een misverstand bij de transporten naar Duitsland ingedeeld. Na een zwerftocht van enkele maanden door Duitsland waarbij zij van de ene in de andere gevangenis terecht kwamen werden zij uiteindelijk naar kamp Westerbork overgebracht en daar ingesloten.

 

Opsporingsbericht Friedrich Hambloch.

De twijfelachtige eer de eerste Duitse deserteur in Hoek van Holland te zijn geweest rust bij Friedrich Hambloch, geboren 08 mei 1916 te Bochum en 03 november 1939 aangekomen in het Vianda kamp. Toen hij werd opgeroepen voor de dienstplicht woonde hij in Nederland. In Duitse dienst was hij pionier bij de 4. Kompanie van Bau Batalion 85. Op 22 november 1939 ontvluchtte hij kamp Vianda weer, nadat de Sicherheitspolizei om uitlevering van Hambloch had gevraagd. Hij dook onder met de alias Fritz Kamphuis. Op 1 maart 1940 werd hij in ons land veroordeeld wegens diefstal en kreeg een week gevangenisstraf. Zijn ware identiteit als vluchteling en deserteur werd hierbij niet ontdekt. De hele oorlog werd hij door de Gestapo en SD in heel West-Europa gezocht en nooit gevonden. Hij zat ondergedoken bij zijn Nederlandse schoonfamilie. Na de oorlog is hij in Nederland gebleven en enkele jaren geleden overleden.

                
 
Het Soldbuch van deserteur Friedrich Hambloch              Het Soldbuch van deserteur Franz Hirt

De tweede Duitse deserteur kwam binnen op 20 november 1939. Zijn naam was Hans Schulze, geboren 11 september 1914 te Berlijn. Hij werd teruggevoerd naar Duitsland, aan de Duitse autoriteiten overgedragen en kwam alsnog bij de Wehrmacht in dienst. Vreemd genoeg weten wij vrijwel niets over hem, tot hij in het op één na laatste oorlogsjaar weer in de documentatie van de Duitse militaire justitie opduikt. Op dat moment zat hij bij de Stammkompanie van het Grenadier Erszatz und Ausbildungs Batalion 87. In januari 1944 werd hij berecht door het Gericht der Division Nr. 172 te Darmstadt. Hij werd ervan beschuldigd, samen met een onderofficier, nalatig te zijn geweest waardoor gevangenen waren ontsnapt. Zijn straf was rangverlies en een gevangenisstraf.

Op 24 november 1939 volgde de aankomst in het Hoekse kamp van twee Duitsers, Josef Beckers, geboren 26 december 1915 te Kerkrade en Friedrich Schebek, uit Wenen, die volgens de gegevens op 05 januari 1907 in het voormalige Oostenrijk (na de Anschluss "Ostmark" genoemd) was geboren. Van hen is echter weinig bekend.

Bijna een maand later, op 22 december 1939 arriveerde Hendrik Walter, geboren op 22 oktober 1914 te Sittard en dus kennelijk een Rijksduitser.

In 1940 stijgt het aantal deserteurs snel. Op 19 januari 1940 volgde de aankomst in kamp Vianda van Wolfgang Richard Eugen Szepansky, geboren op 9 oktober 1910 in Berlin. Een week later, op 27 januari 1940 arriveert Heinz Günther Olbrich, geboren op 2 augustus 1913 in Danzig. Op 2 februari 1940 verscheen Franz Jacob Hirt, geboren op 4 maart 1912 in Düsseldorf. Hij is naar Duitsland teruggevoerd, weer in dienst gekomen en op 7 augustus 1942 in Rusland krijgsgevangen gemaakt. Op 22 maart 1940 werd Karl Hermann von Kondratowicz, geboren op 22 november 1912 in Stoppenberg bij Essen als ingezetene van het kamp ingeschreven.

Op 30 maart 1940 volgde de aankomst in het kamp van Wilhelm Friedrich König, geboren 7 oktober 1896 Zschackau, soldaat. Hij was in dienst bij het Heimatkraftfahrpark Köln. Hij werd na de Duitse inval aangetroffen in het kamp Hoek van Holland. König werd op 18 mei 1940 door de krijgsraad van de 227e Infanterie Division ter dood veroordeeld. Het vonnis vermeldt:

"18.5.40 Der Angeklagte wird wegen Fahnenflucht zum Tode verurteilt und wird auf dauernden Verlust der bürgelichen Ehrerechte und auf Verlust der Wehrwürdigkeit erkannt".1)

Het vonnis werd op 19 mei 1940 door de Opperbevelhebber van het 18e Leger goedgekeurd en kon direct voltrokken worden. Hij werd op 20 mei 1940 om 17.22 uur gefusilleerd en naamloos in het Spanjaardsduin te Hoek van Holland begraven. Later werd hij op last van de Duitse Ortskommandant in een kist begraven, op de Algemene Begraafplaats Hoek van Holland in een 4e klas graf nummer 6. Op 12 oktober 1955 werd hij overgebracht naar de begraafplaats voor Duitse gesneuvelden te IJsselsteyn, Vak AI rij 2 graf nr. 28.

Met het naderbij komen van de Duitse inval in ons land als onderdeel van de grote plan "Fall Gelb" leek ook het aantal deserteurs verder toe te nemen. Op 1 april 1940 werd Erich Schwabe ingeschreven als bewoner van het Viandakamp. Hij was op 18 november 1914 in Düsseldorf geboren, zijn rang was Oberschütze, ook hij was formeel deserteur. Hij was in dienst gekomen bij 3e Kompanie van Infanterie Regiment 68. Hij werd na de Duitse inval ook aangetroffen in het vluchtelingenkamp. Schwabe werd op 18 mei 1940 eveneens door de krijgsraad van de 227e Infanterie Divisie ter dood veroordeeld. Het vonnis luidde:

"18.5.40 Der Angeklagte wird wegen Fahnenflucht zum Tode verurteilt und wird auf dauernden Verlust der bürgelichen Ehrerechte und auf Verlust der Wehrwürdigkeit erkannt".

Het vonnis werd op 19 mei 1940 door de opperbevelhebber van het 18e Leger goedgekeurd en kon direct voltrokken worden. Hij werd als eerste van de vier ter dood veroordeelde Duitse deserteurs op 20 mei om 17.12 uur gefusilleerd en naamloos in het Vinetaduin begraven. Later werd hij op last van de Duitse Ortskommandant in een kist begraven op de Algemene begraafplaats Hoek van Holland in een 4e klas graf nummer 7. Op 12 oktober 1955 werd hij overgebracht naar de begraafplaats voor Duitse gesneuvelden te IJsselsteyn, Vak AI rij 2 graf nr. 29.

Op 3 april 1940 werd de aankomst in het kamp vastgelegd van Herbert Kwandt, 7 mei 1917 in Marienburg geboren.
Twee dagen later, op 5 april 1940 volgde Wilhelm Heinrich Skerka, 30 mei 1919 geboren in Kerkrade, deserteur, ook Rijksduitser wellicht. Hij kwam na zijn dienstkeuring als "Schütze" bij de 4e Kompanie van het Infanterie Regiment 78, waar hij op 24 maart 1940 de benen nam. Hij vluchtte tijdens de Duitse inval van 10 mei uit het Vianadakamp en dook onder in Kerkrade. Skerka werd de gehele oorlog in heel West-Europa door Gestapo en SD gezocht en nooit gevonden. In 1943 had de SD aanwijzingen dat hij in Engeland zou kunnen zitten. Het zoeken kreeg vanaf dat moment een lagere prioriteit. Skerka is trouwens heelhuids de oorlog doorgekomen.

                  

Het strafdossier van de deserteur Wilhelm Heinrich Skerka.

Op 10 april 1940 arriveerde Ernst von Deylen,  geboren op 23 december 1917 te Schwitschen, in het kamp te Hoek van Holland.

Op 12 april 1940 kwamen twee deserteurs naar het vluchtelingenkamp te Hoek van Holland. Het waren Leopold Dadey, geboren op 5 november 1919 in Katharain en Johan Wilhelm Mayerl, geboren op 17 december 1919 in Asch. Beide soldaten waren in dienst bij de 2e Kompanie van Flak Regiment 7. Na de capitulatie werden zij gevonden door de Duitse troepen.

Op 18 mei 1940 werden de aangeklaagden, tegelijk onder één nummer, voorgeleid bij krijgsraad en samen ter dood veroordeeld. Het vonnis luidde:

"Die Angeklagten werden wegen Fahnenflucht zum Tote verurteilt und wird gegen beide auf dauernden Verlust der bürgelichen Ehrerechte und auf Verlust der Wehrwürdigkeit erkannt".

Men zou verwachten dat ook hen het vreselijke lot van de executiekogel zou treffen. Maar op 19 mei 1940 werd in het oordeel door de Oberbefehlshaber van het 18e Leger verwezen naar een eerdere aanklacht van 2 januari 1940 van het Luftwaffegericht. Op 29 Mei 1940 werd gemeld:

"Mit Akten der Dienststelle Feldpostnummer L 28636 (6.Batt./Flak.Rgt.7)zur beurteilung an das Luftwaffegericht, das um übernahmen gebeten wird.2) "

Het is ons niet bekend of het vonnis voltrokken is.

De Duitse inval in Denemarken en Noorwegen was voor enige soldaten opnieuw reden de wijk te nemen naar neutraal en (hopelijk) veilig territorium.
Op 11 april 1940 arriveerde in het kamp Willy Müller, geboren op 31 mei 1920 te Lingen, op 26 april 1940 arriveerde Friedrich Pfau, op 17 december 1910 geboren in Düsseldorf.

Twee dagen voor de Duitse overval op ons land werd de eerste gevluchte officier als vluchteling ingeschreven in Vianda. Op 8 mei 1940 arriveerde Emil Hammerschmidt, geboren op 23 november 1918, Leutnant der Reserve. Op 23 februari 1940 werd hij voor de dienstplicht opgeroepen en kwam op 1 maart 1940 in dienst als officier bij 2e Kompanie van Pionier Batalion 39. Kort daarna kwam er een arrestatiebevel tegen hem voor ongeoorloofde afwezigheid. Hij bleek naar ons land te zijn gevlucht. Hij werd na de Duitse inval aangetroffen in het vluchtelingenkamp te Hoek van Holland. Hammerschmidt werd op 18 mei 1940 door het gerecht van de 227e Infanterie Divisie ter dood veroordeeld. Het oordeel luidde zoals de andere:

"18.05.1940 wegen Fahnenflucht zum Tode verurteilt. Ferner auf lebenslänglicher Verlust der bürgerlichen Ehrenrechte auf Rangverlust und Wehrunwürdigkeit entlassen".

Hij vroeg gratie aan en op 12 juni 1940 verscheen hij weer voor de krijgsraad. Het vonnis bleef gelijk en was door de Führer al op 26 mei bevestigd:

"Der Führer hat das gleiche urteil der 227 I.D. am 12.6.1940 bestätigt und gnaden Nachweis ab-gelehnt.3)"

Op 30 mei 1940 werd hij officieel uit de militaire dienst ontslagen. Hij werd 28 juni 1940 om 20.35 uur gefusilleerd en naamloos begraven in het Spanjaardsduin te Hoek van Holland. Later werd hij in een kist begraven op last van de Duitse Ortskommandant, op de Algemene begraafplaats Hoek van Holland. Hij kreeg een 4e klas graf nummer 9. Op 13 oktober 1955 werd hij overgebracht naar de begraafplaats voor Duitse gesneuvelden te IJsselsteyn, Vak AI rij 2 graf nr. 31.

Ook op 08 mei 1940 verscheen Anton Albert Rutgers, 16 augustus 1912 geboren te Gronau, weer iemand met een Hollands klinkende naam. De dag voor de Duitse inval arriveerde ook de laatste vluchteling, Georg Fritz Krug, op 2 juni 1917 in Torgau geboren. Hij werd teruggevoerd naar Duitsland en kwam weer in dienst bij de Duitse Wehrmacht, als kanonnier bij de 1.Kompanie/Artillerie Regiment 50. Later werd Krug ter dood veroordeeld met de kogel om een niet teruggevonden reden. Op 13 november 1940 om 0900 uur werd hij gefusilleerd op de "Schiess-stand Büdericher-Insel" in Wesel en begraven op het Kleiner Friedhof aan de Brünerlandstraße, vak G graf nummer 20.

Op 20 mei 1940 worden W.F. Köning, E. Schwabe en H. Bieler naar het zogenaamde "Defensieduin" aan de Strandweg te Hoek van Holland overgebracht. Dit duingebied heet officieel "Spanjaardsduin" maar staat sinds de Tweede Wereldoorlog bekend als het "Vinetaduin". Deze naam is door de Duitsers aan het gebied gegeven omdat zij daar de kustbatterij Vineta bouwde. Dit duingebied was voor 10 mei 1940 Nederlands militair terrein. Hier waren de kazematten van de Nederlandse kustbatterij V gelegen. In dit duinterrein werden de drie mannen na hun doodvonnis doodgeschoten. Vervolgens werden hun lichamen op bevel van de Duitse militaire autoriteiten ongekist ter plaatse in het duin begraven.

E. Hammerschmidt werd vanwege zijn gratieverzoek later op deze plaats gefusilleerd. Ook zijn lichaam werd zonder kist bij de anderen in het duin begraven.

Na ongeveer anderhalf jaar, op 24 september 1941, kregen de gemeenteambtenaren te Hoek van Holland toestemming van de Duitse militaire autoriteiten "het vuiltje uit het duin weg te halen". Dus om de vier stoffelijke overschotten op te graven en deze vervolgens op een onopvallende plaats op de Algemene Begraafplaats te Hoek van Holland opnieuw te begra­ven. Op 25 september 1941 werden de vier lichamen herbegraven in vierde klasse graven. Dit waren de goedkoopste graven. Ook een steen, kruis of andere markering mocht niet op de graven worden geplaatst. Zij kregen op de algemene begraafplaats te Hoek van Holland met zijn vieren één naamloos kruis met het opschrift: "Graf van 4 Duitse deserteurs". Het opschrift was in het Nederlands en aangebracht met toestemming van de Ortskommandant, Duitse tekst was niet toegestaan!

Na de oorlog, in 1954, werden de lichamen van alle Duitse militairen opgegraven en naar de Duitse erebegraafplaats te IJsselstein gebracht. Ook de lichamen van Duitse militairen die te Hoek van Holland waren begraven werden verplaatst. Het personeel van de Algemene Begraafplaats te Hoek van Holland heeft toen ook de lichamen van de vier deserteurs opgegraven en tussen de andere lichamen overgebracht naar IJsselstein. Daar hebben zij toen hun uiteindelijke rustplaats gevonden tussen de overige, in de Tweede Wereldoorlog, gesneuvel­de Duitse militairen.

                  

De graven van de vier gefusilleerde Duitse soldaten op de Duitse erebegraafplaats te IJsselsteijn in Noord Limburg.

                  

Tijdens het herbegraven in 1954, werd over deze vier mannen wat meer bekend. Bij het opgraven van Wilhelm Friedrich König door de Gravendienst van het leger werden de volgende persoonlijke eigendommen gevonden: een zilverkleurig zakhorloge met doublé rand, een doublé schakelketting, een lege zwartleren portemonnee en een rood met zwarte das. Het horloge en de ketting werden onder nr. 154 in het archief van IJsselsteijn gedeponeerd. Hij werd herbegraven in Vak AI/ Rij2/graf 28.

Erich Schwabe, Oberschütze (Soldaat 1e Klas) werd in Ysselsteijn herbegraven in Vak AI/Rij2 /graf 29.

Hermann Bieler, soldaat, geboren 28 mei 1917 te Halle/Saale. Op 12 oktober 1955 werd hij overgebracht naar de begraafplaats voor Duitse gesneuvelden te IJsselsteyn, Vak AI rij 2 graf nr. 30. In zijn graf nam hij een pak Nederlandse speelkaarten, een zakkam en een rond brillenglas mee.

Emil Hammerschmidt, Leutnant der Reserve, geboren op 23 november 1918 te Düsseldorf, was maar twee dagen voor de Duitse inval in het Viandakamp was gearriveerd. Verdere gegevens over hem bleven vaag. Op zijn lijk werden een Nederlands spel kaarten, een kam en een rond brillenglas aangetroffen.

Hun executie was uit militair oogpunt gerechtvaardigd; ze waren immers gedrost van hun onderdeel en deserteurs in oorlogstijd konden op grond van het militaire strafrecht op de doodstraf rekenen. Ook onder het Nederlandse militaire strafrecht was dit mogelijk. Maar waarom zijn juist zij, na een zeer snelle rechtzitting, gefusilleerd en niet de anderen? Vrouwe Justitia draagt in een rechtstaat een blinddoek. Maar de Frau Justiz, die in de Hitlertijd onder invloed van de Nazi-ideologie recht sprak stond in dienst van het verfoeilijke systeem en werd medegebruikt om angst te zaaien.

En de Joodse vluchtelingen uit kamp Vianda? We nemen aan dat zij na de Duitse inval via kamp Westerbork naar de concentratiekampen in Duitsland zijn afgevoerd waar zij slachtoffer zijn geworden van de Endlösung. Momenteel wordt er geschiedenis van deze Joodse vluchtelingen beschreven. Zodra deze geschiedenis voor publicatie gereed is, zal dit ook in deze rubriek gepubliceerd worden.

Hoek van Holland, 26 december 2009.

Dirk Ruis
Roland Blok
Eric Bakker
leden Werkgroep Historisch onderzoek. St. Fort aan den Hoek van Holland.

Foto's: Roland Blok

Bronnen:
      - Boek "Alarm" van D. v.d.Burg, Uitg. "International  Magazine B.V." 1980.
      - Boek "Gevecht om te overleven" van Dan Kampelmacher. Uitg. "Verbum" 2008.
      - Gegevens uit het  Bundesarchief Aachen, later Freiburg, te Duitsland.
      - Politiearchief Rotterdam-Hoek van Holland
      - Register van begravingen van de Algemene Begraaf­plaats te Hoek van Holland.


1) De beklaagde wordt wegens desertie ter dood veroordeeld en wordt voor eeuwig zijn burgerlijke  ererechten ontnomen   evenals het recht nog bij de gewapende macht te dienen.

2) Met documenten van Veldpostnummer L.28636 (6e Batterij, Flak Regiment 7) ter beoordeling aan het gerecht van de Luchtmacht dat gevraagd wordt de zaak over te nemen.

3) De Führer heeft het gelijke oordeel van de 227 Infanterie Divisie van 12.6.1940 bevestigd en het verzoek om genade afgewezen.