De ontstaansgeschiedenis van het Kustverdedigingsmuseum

Nadat het oude kustverdedigingsfort in 1978 door de Koninklijke Marine werd verlaten werden de grote toegangsdeuren van het lege vestingwerk op slot gedaan. Warmte, kou en vocht kregen nu vrij spel in het grote gebouw. In de loop der jaren groeide het onkruid op het fort en in de grachten rond het fort. Het vestingwerk verpauperde, tot in 1986 een aantal inwoners van Hoek van Holland hun oog op het gebouw lieten vallen. Zij vonden het fort bij uitstek geschikt om een eenmalige fototentoonstelling te houden over het dorp Hoek van Holland voor de Tweede Wereldoorlog. "Het oude, voor 75%, verwoeste dorp".

De brigadecommandant van de Koninklijke Marechaussee te Hoek van Holland, op wiens terrein het fort was gelegen, werd enthousiast voor dit plan en men begon met de uitvoering. Defensie verleende al snel toestemming om de manifestatie in het oude fort te houden. De deuren van het gebouw gingen na acht jaar weer open en het vestingwerk werd geïnspecteerd. De gangen en kamers waren verwaarloosd en vies, verlichting ontbrak of was kapot. In de fortgracht groeide het onkruid tot vier meter hoog. De initiatiefnemers besloten een stichting op te richten om op deze wijze  alles in goede banen te leiden en eenvoudiger met de autoriteiten te kunnen onderhandelen en afspraken te maken. Deze stichting kreeg de naam: "Stichting Fort aan den Hoek van Holland".  Er werden door de notaris statuten opgesteld en de stichting kreeg een eigen logo. Dit logo bestaat uit het algemene symbool voor de vestingbouw met daarin de twee gekruiste pantsergranaten van de Pantserfortartillerie en latere Kustartillerie. Boven deze gekruiste granaten komt het wapen van Hoek van Holland terwijl onder de granaten een lint komt met de naam van het fort.
Binnen deze stichting werd een vrijwilligersorganisatie opgebouwd, bestaande uit een bestuur en medewerkers. Om het geheel werkbaar te maken werden er werkgroepen geformeerd. In deze werkgroepen kwamen de medewerkers met hun specifieke kennis van uiteenlopende zaken. Elke werkgroep wordt aangestuurd door een bestuurslid.

Nu de organisatie op poten werd gezet moest er een plan van aanpak komen om het fort weer toonbaar te maken en in te richten voor de tentoonstelling.
Gelukkig werd het fort in het kader van een geschiedenisproject geadopteerd door een groep leerlingen van het Zandevelt College uit 's-Gravenzande. Deze jongeren hebben in de beginperiode, samen met de vrijwilligers van het eerste uur, veel werk verzet; "vegen, boenen, puinruimen, meters onkruid wieden en kilometers witkalk op de muren smeren". Ook was de elektrische bedrading in het fort kapot en brandde maar op enkele plaatsen een lampje, dus werden er ook kilometers elektrische bedrading vernieuwd.
Andere medewerkers hielden zich bezig met het organiseren van de fototentoonstelling. Deze fototentoonstelling ging dus uit de hand lopen en werd veel groter van opzet dan aanvankelijk bedoeld.  Er werd een wandelroute uitgezet door het gebouw en er kwamen niet alleen foto's van oud Hoek van Holland  maar ook diorama's met poppen, uniformen, wapens en voorwerpen uit de Tweede Wereldoorlog.

Na alle werkzaamheden kon de tentoonstelling "Oud Hoek van Holland en de oorlogsjaren 1940 - 1945" op 28 april 1987 worden geopend door de Staatssecretaris van Defensie J. van Houwelingen. Deze tentoonstelling was een groot succes. In tien dagen bezochten 20.253 personen het fort. Het was zo druk dat het publiek voetje aan voetje door de gangen schuifelde en de medewerkers regelmatig boven aan de trap naar de gracht de bezoekers moesten tegenhouden tot er weer voldoende mensen het fort hadden verlaten. De drukte werd deels veroorzaakt doordat de toegang tot het fort gratis was en door nieuwsgierigheid. Het geheimzinnige fort was immers altijd verboden terrein geweest en gaf nu voor het eerst haar geheimen prijs.

Bestuur en medewerkers van het fort waren inmiddels tot de conclusie gekomen dat het jammer zou zijn als het fort na de tentoonstelling weer dicht zou gaan. Om dit te voorkomen ging het bestuur met defensie onderhandelen. Door bemiddeling van de staatssecretaris was het mogelijk om een huurcontract te sluiten met de Dienst der Domeinen. Het plan om het fort te behouden voor de toekomst door er een kustverdedigingmuseum in onder te brengen kon nu worden uitgewerkt. Het beleid voor het museum werd uitgestippeld. Het museum zou op twee pijlers steunen.

1e Het zichtbaar maken van de geschiedenis van de militaire kustverdediging door de eeuwen heen;
2e Het inrichten van een aantal ruimten in het fort zoals deze eruit zagen toen het fort in bedrijf was, zodat het publiek kan zien hoe onze voorouders leefden en werkten in het fort.
De eerste tentoonstelling verdween weer en er werd nu hard gewerkt aan de opbouw van een permanente expositie, welke zou leiden tot de start van het:


"NEDERLANDS MILITAIR KUSTVERDEDIGINGSMUSEUM".


Op 1 september 1989, de dag dat het fort 100 jaar bestond, was het zover. De Minister van Defensie, mr. drs. F. Bolkestein, opende het museum. Dit was het startsein voor vele werkzaamheden. Slopen, opbouwen en opknappen. In de loop der jaren waren er veranderingen in het fort aangebracht. Een aantal van deze veranderingen werden weer teruggebracht in de oorspronkelijke situatie. In oktober 1990 werd met hulp van de Genie de laag grond op het fort afgegraven zodat de geweergalerij en de originele bovenkant weer zichtbaar werd. Ook 5 september 1992 was een belangrijke dag in de nieuwste geschiedenis van het fort. Die dag werd een convenant getekend tussen de stichting en het Koninklijk Leger- en Wapenmuseum "Generaal Hoefer" te Delft. Het resultaat hiervan was, dat een nauwe samenwerking ontstond tussen beide musea en dat het legermuseum het fort ging helpen bij het inrichten van een historisch verantwoorde tentoonstelling. Het fort kreeg materiaal, zoals kanonnen, lichtere wapens en uniformen in bruikleen van dit museum.
Op 29 september 1995 zorgde de aannemingsmaatschappij Gebr. Koudijs B.V. ervoor dat er in een actie van 24 uur (uitdaging) drie replica geschutskoepels van beton op het fort kwamen. Deze actie was een geschenk in het kader van het 50 jarige bestaan van dit bedrijf. Het silhouet van het fort was nu weer als voor de oorlog.

Ook in het fort werd hard gewerkt, onder andere aan de bouw en inrichting van diorama's.  De afgelopen jaren konden dan ook diverse mooie diorama's aan de bezoekers worden getoond en de tentoonstelling groeit dankzij de inzet van alle vrijwilligers steeds verder. Per jaar ontvangt het fort tijdens rondleidingen en opendagen ongeveer 20.000 bezoekers binnen haar dikke muren. In de jaren dat het Nederlands Militair Kustverdedigingsmuseum open is voor het publiek hebben meer dan 300.000 bezoekers hun weg door het ondergrondse gangenstelsel weten te vinden. Zij hebben kunnen zien en horen hoe de soldaten in het fort werkten en leefden. Ook konden zij kennis nemen van de waanzin en het verdriet welk een oorlog met zich meebrengt.  De vrijwilligers van het fort aan den Hoek van Holland, hopen dat u, door uw bezoek aan het vestingwerk, een interessante wandeling door ons militaire verleden maakt.

Enkele mijlpalen in de meest recente geschiedenis van ons fort waren;
a.      1 januari 2000 werd het fort opgenomen op de Rijksmonumentenlijst en werd daarmee een Rijksmonument;
b.    28 december 2001 werd het fort in eigendom overgedragen aan de gemeente Rotterdam;
c.      7 februari 2002 kreeg het, in het fort gevestigde Nederlands Militair Kustverdedigingsmuseum de museumprijs van de Provincie Zuid-Holland en werd uitgeroepen tot het: "Beste museum van Zuid-Holland";
d.    13 januari 2003. werd het Nederlands Militair Kustverdedigingsmuseum opgenomen in het Nederlands Museumregister en kreeg daarmee het predicaat "Geregistreerd Museum";
e.      7 december 2007 werd aan de Stichting de vrijwilligersprijs van de Gemeente Rotterdam uitgereikt.