HISTORIE
| Het Fort aan den Hoek van Holland, gebouwd tussen 1881 en 1889 |
| Tijdens de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) was het Nederlandse Leger gemobiliseerd en waren de forten en vestingen volledig bemand, o.a. door afdelingen van de Vestingartillerie. De forten, waaronder de forten van de Hollandse Waterlinie, waren nog bewapend met de gladloopse, bronzen of gietijzeren voorlaadkanonnen. Deze forten waren door het moderne Duitse achterlaadgeschut niet langer bestand tegen de werking van de granaten. Het was dus noodzakelijk het Nederlandse verdedigingsstelsel aan te passen. | ![]() |
| Om het Nederlandse vestingstelsel te moderniseren nam men een aantal maatregelen. Om deze te realiseren werd de Vestingswet van 1874 aangenomen. Ingevolge deze wet werden de forten voorzien van bomvrije kazernes voor de manschappen. Aardewallen werden verzwaard en men bouwde nieuwe forten. In het kader van de Vestingwet werd ook besloten dat er een aantal kustverdedingsforten gebouwd moesten worden. Deze forten moesten in samenwerking met de marine onze zeegaten verdedigen. De forten en oorlogsschepen waren noodzakelijk voor de verdediging van een aantal nieuw aangelegde, en aan te leggen, vaarwegen waaronder: - Het Noord Hollands Kanaal (1825) - De Nieuwe Rotterdamsche Waterweg (1872) - Het Noordzee Kanaal (1876) |
![]() |
Deze belangrijke vaarwegen en de strategisch belangrijke zeehavens, moesten beschermd worden door forten die met zwaar kustgeschut waren uitgerust. Wegens revolutionaire ontwikkeling van de bewapening en bepantsering, besloot men om deze forten als zgn, Pantserforten te bouwen. Deze Kustverdedigingsforten waren: - De Harssens te Den Helder. - IJmuiden. - Hoek van Holland. - Pampus. |

